10 tips voor het kopen van kleding

Twee keer per jaar is er een kledingbeurs in een kerk hier vlakbij. Het is mijn favoriete kledingbeurs, omdat er veel leuke kleding is, met redelijke prijzen. Daarbij is de sfeer altijd erg goed. De beurs is op een schoolochtend en het publiek bestaat uit enkel vrouwen (en heel soms een man – die dan een soort van bezienswaardigheid is en zich heel opgelaten voelt ;-)).

Tien tips voor het kopen van kleding (stockfoto)

De meeste vrouwen zijn van de kerk, maar het maakt niet uit als je niet kerkelijk bent. Het aanbod aan rokjes en jurkjes is groot :-). Er wordt en masse gepast op het toilet of met zijn allen achter een scherm waar de vrouwen elkaar vriendelijk, maar oprecht commentaar geven of iets beslist wel (of beter niet) aangeschaft zou moeten worden. Wat ik altijd een erg gezellig en grappig gebeuren vind.

Ik sloeg er weer eens groot in en kocht voor 69 euro een (heel mooi) echt leren jasje, een dunne sjaal, een aantal zomershirts, een slaapshirt, vier vestjes, twee jasjes een waanzinnig zomerjurkje (als in wáuw!!! totaal verliefd!), en drie shirts voor zoon – waarvan hij de eerste inmiddels al voorzien heeft van een gat Grmbl!

Kocht ik meer dan ik sec gezien nodig had? Zeker wel! Is mijn garderobe hiermee weer ontzettend opgeknapt voor een relatief klein bedrag? Zeker ook!

In de stukjes van de Frugalwoods lees ik over de uitdaging om geen kleding te kopen en hoe dat al drie jaar lukt. Ook hier zou er praktisch gezien geen kleding gekocht hoeven worden: de kleding die ik nog had is nog heel en verwarmt / bedekt. Alleen hou ik van mooi. Kleding die uitgelubberd is, kleding die pluist, kleding met gaten… Die dingen draag ik niet (meer). Ik hoef geen uitpuilende kledingkast, maar wát ik heb moet voldoen aan een aantal eisen. Deze eisen hanteer ik ook als ik nieuwe kleding koop – en ik ben er zeer strikt in. Naar mijn ervaring voorkomt dat miskopen.

De eisen voor mijn kleding:

  1. De kleding moet me goed staan.
  2. De kleding moet bij me passen. Ik heb er niks aan als iemand anders het leuk vind staan en ik voel me er niet goed bij. Ik heb een makkelijk figuur en veel dingen staan me goed, maar lang niet alles past bij mij.
  3. De kleding moet goed passen. Dus geen kleding die te wijd, te krap of te kort is. Hoe mooi iets ook is.
  4. De kleding moet lekker zitten: In mijn kleding moet ik me vrij kunnen bewegen zonder dat het knelt, kriebelt, kleeft, snel zweterig is of me een gevoel van opgeslotenheid geeft.
  5. Alle kleding moet vlot aan en uitgetrokken kunnen worden zonder dertig knoopjes, ingewikkeld ritswerk of ander gedoe.
  6. De kleding moet zoveel mogelijk van natuurlijk materiaal zijn (ok.. die 5 % elastan neem ik dan maar voor lief).
  7. De kleding moet qua kleuren passen bij wat ik al heb. Het helpt daarbij erg als je goed weet welke kleuren je staan en je een neutrale basis hebt die daar goed mee combineert. Als je favoriete kleuren ook onderling goed bij elkaar passen, dan kun je oneindig mixen en matchen. Zelf heb ik een fijne neutrale basis in zwart (shirts, broek en sokken) en denim-blauw (mijn spijkerbroeken). Daarbij draag ik graag grijs, groen, blauwgroen, blauw en knalrood – wat ook onderling weer leuk matcht.
  8. De kleding die ik koop moet iets toevoegen aan mijn garderobe. Ik heb niks aan zwart shirtje nr 20 (niet dat ik 20 shirtjes heb, maar je snapt me wel). Wat mist er nog in je kledingkast? Welke kledingstukken zouden het makkelijker maken om te combineren? Naar welke kledingstukken grijp je het meeste? Wat maakt voor jou je outfit af? Zo ben ik dol op vestjes en jasjes. Eigenlijk draag ik altijd een vestje of jasje over mijn kleding. Het maakt daarbij niet uit of ik een jurkje of een broek draag, of ik een shirt met korte mouwen of met lange mouwen aan heb. Zelfs in de zomer neem ik vaak een vestje of jasje mee voor als ik het koud mocht krijgen. Deze kledingstukken slijten bij mij daardoor relatief snel en ik vind niet makkelijk iets wat ze vervangt. Daarom hou ik altijd mijn ogen open voor een mooi vest of jasje. Deze kledingbeurs was dus een superscore met vier (!!) vestjes.
  9. De kleding moet degelijk zijn en makkelijk in het onderhoud. Ik ga geen dingen stomen of strijken. Bloesjes of knoopjes die niet tegen wilde kleuters kunnen blijven maar fijn waar ze zijn. Kortom: ik vind dat kleding tegen een stootje moet kunnen, met een minimum aan onderhoud.
  10. De kleding moet heel en schoon zijn, mooi vallen en pull-vrij zijn.

Het laatste punt zorgt ervoor dat ik met enige regelmaat iets nieuws koop. Ik heb namelijk niet zo heel veel kleding, maar wat ik heb draag ik graag en veel. En kledingstukken die veel gedragen worden, die slijten! Met vier tot zes spijkerbroeken doe ik ongeveer een jaar tot twee jaar. Shirts, jurkjes en vestjes gaan langer mee, maar zijn op een gegeven moment toch echt versleten. Als je maar een paar dingen hebt, die je vaak draagt, dan vallen op een gegeven moment de gaten erin, komen er onuitwisbare vlekken op of verkleuren ze door de zon. En dan is het hier klaar.

En dus zit ik innig tevreden na te genieten van m’n mooie nieuwe kleding.

Nu alleen nog mooi zomerweer. Ik ben er klaar voor!

 

Welke eisen stel jij aan je kleding?

 

...
Share
3 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf × 3 =