Een planning voor het huishouden

Per één februari is het klaar met mijn werk. Tijd om mijn duizend wachtende plannen uit te gaan voeren (de man houdt zijn hart vast). Nu is het zo, dat je met vrij indeelbare tijd altijd moet uitkijken dat je die tijd goed besteed. Het doel van mijn werkeloosheid is meer rust, reinheid en regelmaat in ons huishouden. En daaronder / daarnaast vallen een aantal projectjes. Tegelijkertijd wil ik nu eindelijk ook wat meer aan mezelf toekomen.

Dit vraagt om een planning.

Hoe maak je als gezinsmanager een planning voor ‘het huishouden’?

Overkoepelende doelen

Als ik een planning maak, dan kijk ik altijd eerst naar de overkoepelende doelen. Eerst zelf en daarna nog eens met de man. Wat zijn mijn wensen? Waarom wil ik eigenlijk een schoner en meer opgeruimd huis? Met welk doel wil ik een aantal klussen in het huis aan gaan gaan pakken. Hoezo wil ik besparen? De vragen lijken triviaal (dûh ik wil een schoner huis, omdat ik een schoner huis wil!), maar zijn dat niet. Als je je overkoepelende wensen weet, dan kun je je plannen beter richten én zul je meer gefocust zijn om je aan je plannen te houden.

Voorbeeld:
Op mijn wensenlijstje staat een meer opgeruimd huis, wat bij is met huishoudelijke klussen. Deze wens komt voort uit onze plannen voor adoptie: ik wil huis en leven aan kant hebben, omdat ik hoop dat we daar straks een poosje weinig tijd voor zullen hebben.

Overzicht krijgen in je plannen

Als je weet wat je overkoepelende doelen zijn, dan ben je al een heel eind. Dan is het tijd om een lijstje te maken van dingen die nodig zijn om dat te bereiken. Maak dat lijstje vooral op papier en leg het daarna naast je doelen. Ondersteunen al je plannen je doelen? Wat geeft het meeste resultaat? Zijn er acties die belangrijk zijn voor meerdere doelen? Wat is de volgorde in prioriteit?

Voorbeeld:
je kunt wel streven naar een glanzend schoon huis, maar als het vol staat met zooi kun je beter beginnen met opruimen en het wegdoen van spullen. Poetsen in een vol en rommelig huis is namelijk veel meer werk dan poetsen in een leger, opgeruimd huis. Kortom: bij mijn streven naar een opgeruimd schoon huis hoort ook het wegdoen van spullen.

Plannen maken

Goed: je doelen en je globale overzicht heb je op orde. Je weet wat je wilt doen en waarvoor je het doet. Tijd voor een planning.

Waar kun je het beste mee beginnen? En hoe zorg je ervoor dat je resultaat boekt. Dit doe je door structuur aan te brengen in je plannen. Begin met datgene wat het meest handig is om mee te beginnen. Dan niet gelijk zomaar beginnen, maar eerst nadenken hoe je dit het beste in stukjes kunt hakken en wat de meest logische en best werkbare volgorde is. Kijk ook goed wanneer je het beste kunt beginnen en of / hoe je tijd vrij kunt maken om je op de uitvoering te richten. Kun je hulp krijgen? Moeten andere zaken even op een laag pitje om meters te kunnen maken? Wees reeël en regel wat je moet regelen. Soms betekent dit dat je even moet wachten met de uitvoering.

Voorbeeld:
als je je hele huis wilt ontrommelen / declutteren en poetsen, maak dan een planning in welke ruimte je gaat beginnen en in welke volgorde je de andere ruimtes aan gaat pakken. Zorg ook dat je ook een plan hebt voor wat je met de vrijkomende spullen wilt doen. Ga je ze verkopen? Geef je ze weg? Moet je dingen even bewaren totdat ze verkocht / weg gegeven zijn? Zo ja: zorg dat je weet waar en voor hoe lang je spullen bewaart. Maak hierover concrete afspraken met je zelf, zodat spullen na het opruimen van de zolder niet eindeloos in de schuur blijven rondzwerven.

Effe checken

Check voordat je aan de slag gaat je basics: heb je alle spullen om aan de slag te gaan? Is de rest van het gezin mee? (of in ieder geval op de hoogte ;-)). Sluiten je plannen aan bij de rest van je leven? (dus NIET starten met het overhoop halen van de woonkamer vlak voor een drukke werkweek), is het verstandig om NU te starten?

Zo ja:

 

Klaar voor de start… af!

 

 

...
Share
One Comment

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

16 − 13 =